Een wolk van een baby. Moeder houdt meteen onvoorwaardelijk van hem. Dan
zet -ie zijn eerste stapjes. Pa grijpt de filmcamera. De eerste keer fietsen
zonder zijwieltjes. Moeder huilt als ze hem voor het eerst moet achterlaten bij
de basisschool- zoals zoveel moeders doen. Jammer dat er geen broertje of
zusje meer bij kwam. Dat had ze graag gewild! Maar ze is erg gelukkig met
haar man en zoon. Vader is een druk man. Zijn werk slokt al zijn aandacht op.
Zoonlief is inmiddels op een leeftijd dat niet de ouders de belangrijkste
opvoeders zijn. De basisschool voorbij, is hij een van die met zichzelf
worstelende pubers geworden. Hier moet het gebeurt zijn. De eerste sigaret.
Iemand die dat slappe gedoe maar niks vond en hem meenam. Ineens is het
heel gewoon om af en toe te blowen. Met meisjes gaat het stroef. Hij is pas in
staat contact te leggen als hij onder invloed verkeerd. En hij neemt meestal
geen genoegen met “nee”. Zijn handen zitten nogal los.
Moeder weet dat niet. Zij is de greep op hem verloren. Haar liefde voor hem is
onvoorwaardelijk, maar zij weet niet meer wie hij is.
Vader krijgt inmiddels de kans van zijn leven. Hevige protesten van de zoon
halen niets uit. Het gezin pakt in en vertrekt naar een prachtig eiland onder de
tropische zon. Vader blijft ook daar zijn werk trouw en ziet vrouw en zoonlief
zo mogelijk nog minder.
Aruba is een soort paradijs voor jonge opgroeiende mensen zoals hij.
Hij vind al snel zijn weg in de uitgaansscene. Wat een feest hier. Iedereen is
toerist. Iedereen gaat los. Zijn bestaan wordt leeg. Vrienden zijn mensen die
na 14 dagen weer teruggaan naar hun thuis. Hasj en pillen geven niet meer de
kick die hij zo nodig heeft. Geen enkele school heeft hem kunnen boeien. Hij is
een zielige figuur geworden. Niet dat moeder daar weet van heeft. Zij beweegt
zich in de society kringen van het feesteiland. Gelukkig was ze al lang niet
meer. Ook haar leventje speelt zich in steeds kleinere cirkels af. De rol van
manlief lijkt uitgespeeld.
Dan doorbreekt Joran het patroon. Hij heeft in een vlaag van woede een
meisje vermoord. Zij deed namelijk niet wat hij wilde en daar kon hij niet
tegen. De hele wereld weet nu wie hij is en heeft een mening over hem.
Maar Joran is onschuldig.
Het leven gaat door en de gebeurtenissen raken op de achtergrond.
Vader overlijdt achter zijn bureau aan een hartaanval na een leven vol stress.
Hij laat zijn vrouw goed verzorgd achter. Zij zet haar leventje voort en zorgt
ervoor dat Joran niets tekort komt. Joran is inmiddels veroordeeld voor het
vermoorden van een andere jonge vrouw. Niemand twijfelt aan zijn schuld.
Hij kreeg zijn straf. 28 Jaar. Onvoorwaardelijk.

In een tjokvolle trein waarin ik de mazzel heb dat ik een plaatsje heb waar ik kan zitten en typen, heb ik toch het gevoel dat er tegelijkertijd over mijn schouder wordt meegelezen. Gelukkig heeft de man naast me zijn eigen digitale speeltje dat hem bezighoud. De rest zit of staat er weliswaar dicht omheen maar lijkt ook geen oog voor me te hebben. Nog niet, dat mag pas als dit verhaal weer netjes gebundeld bij de rest van de pennevruchten, bij de boekhandel ligt. En dan is ie niet gratis natuurlijk. Voor niks gaat de zon op.

Vanmorgen heb ik, net als gisteren, veel op internet gesurfd en gekeken naar wat voor auto ik wil. Want ik wil mijn huidige auto niet meer, ook al doet-ie het nog steeds en ook al heb ik eigenlijk helemaal geen geld voor een nieuwe auto. Nou en, ik kan er toch zeker wel naar blijven zoeken. En erover schrijven.

Mijn huidige merk (ik zal geen namen noemen) doet het overigens best. Maar mijn excuus is, dat ik graag meer luxe wil, in de vorm van: beter zitcomfort, dus een hogere instap dan die ik nu heb. Het in de auto ploffen is natuurlijk geen enkel probleem, maar het jezelf eruit hijsen, dat wordt steeds lastiger. En dan heb ik daar zelf nog minder moeite mee dan mijn arme vrouw..

Maar dat is niet mijn enige uitvlucht. Nee, ik wil meer luxe, in de vorm van centrale portiervergrendeling inclusief afstandbediening. Die het ook gewoon doet, dan.

En verder vind ik het fijn als ik weer eens elektrisch bedienbare ruiten op mijn auto aantref. Het gedoe met dat lamme armpje daar wil ik wel vanaf.

Een fijne audio installatie, liefst een met een usb-aansluiting, dat zie ik ook wel zitten. Ja, en veel ruimte natuurlijk. Er moeten 3 opgroeiende kinderen mee en die vreten ruimte (en niet alleen ruimte).

Een trekhaak is een flinke pre. En dat geldt zeker voor de inhoud van de motor, minimaal een 1600 en het liefst benzine.

Eigenlijk vind ik 5 ruime zitplaatsen aan de krappe kant. Ik moet ook weleens wat extra mensen meenemen, zaterdags bijvoorbeeld, van en naar het sportveld. Ja, dan moet ik altijd rijden hoor, ik ben echt de enige. Ik doe het graag, maar dan wel een beetje comfortabel natuurlijk.

En wat staat me dan tegen aan mijn huidige heilige koe? Ten eerste vallen de vlekken (de verf) er hier en daar af.

Ten tweede heeft ie schade opgelopen, mooi is dus anders.

In de bekleding zijn reusachtige gaten gevallen. De stoelkussens zijn hard als steen geworden. De versnellingspook hangt met een tierib vast. Het contactslot functioneert niet meer zoals het was ontworpen en daardoor heb ik aan veiligheid ingeboet.

Maar het goede nieuws is dat ie nog steeds rijdt. En goed ook. Met een volle tank rijd je zo vanaf hier voorbij Parijs. En ja, dat is ook wat waard.

Dus dat wordt een nieuwe! Ahem, 2 handsje dan, of nog beter: een “occasion”, dat klinkt beter. En ooooh wat heb ik een mooie gezien, de een nog fraaier dan de andere. En zo op het eerste gezicht soms nog betaalbaar ook.

Dus wat let me?  Mijn ongelooflijk calvinistische inslag, dat belet me. Ik mag helemaal niet genieten in dit leven,en waarschijnlijk ook niet in een volgend leven. Lijden zal je!

Nou daar heb ik dus flink de balen van. Ik wil ook weleens zonder nadenken gewoon handelen, een beetje zoals ik schrijf: we zien wel waar het op uit draait.

Maar kun je ze wel vertrouwen, die autohandelaren? Koop je niet te gauw een ongelooflijke kat in de zak? En als je dat gedaan hebt, ben je dan niet nog slechter af dan nu? 

Niets menselijks is mij vreemd, behalve dan het ondernemerschap. Ik werk niet voor niets mijn hele leven al in de dienstverlenende sector. Ik kan niet anders. Ik ben er om u te dienen. Ik kan er alleen maar over klagen, ik kan het niet wezenlijk omdraaien.

Dus daar sta ik te stuntelen aan de onderhandeltafel. Ik zie de begeerde vierwieler (die had ik allang op het oog) maar die is me veel te duur. Ik wil wat van de prijs af he. Maar ja, dat heeft de sluwe verkoper allang in de gaten. Hoe ik ook probeerde de twinkeling van de begeerte in mijn ogen te verbergen, niets helpt.

“En wat had u dan in gedachten?” vraagt de man in zijn krijtstreepjes pak. “Nou, ik zou zeggen zo’n 10 procent eraf” hoor ik mezelf zeggen en ik heb meteen spijt.

“Kijk, als ik dat ga doen dan kan ik er net zo goed mee ophouden. Ik moet er ook iets aan verdienen nietwaar.”

En zo keuvelen we nog even verder maar we komen niet tot elkaar. Het beste wat ik eruit kan slepen is een bosje bloemen en dat is me echt te weinig. Bovendien krijgt iedereen bloemen bij zijn nieuwe auto. Soms denk ik wel dat die ook als excuus zijn bedoeld, zo van: Alsjeblieft, succes met dat rotding en hierbij bied ik mijn welgemeende excuses aan omdat ik je een enorme roestbak heb verkocht”

En wat moet ik nou? Ik heb nog steeds geen nieuwe auto. En ik moet een nieuwe want dat moet. Heel nodig.

Geef me nog een beetje tijd. Ik struin nog wat websites af en ik ga een strategie bedenken. Ik ga me verlekkeren aan al dat fraais. Ik ga een top tien wensenlijstje maken.

En dan maak ik een keuze. Ik ga naar de dealer. Ik vraag hem naar de auto. Hij geeft me de sleutels. Ik reken af en ik rij ermee weg.

Zo simpel is dat.

Terwijl de gedachten in mijn hoofd over elkaar heen tuimelen als met elkaar ravottende jongens is het hoog tijd dat ik weer eens een vingeroefing doe. Het is inmiddels alweer te lang geleden dat ik iets aan het papier toevetrtouwde. Ik voel me als een hardloper die onrustig wordt wanneer -ie geen kans heeft gezien zich aan zijn trainingsschema te houden. Bij mij is het niet een fysiek ongemak dat dan naar de oppervlakte komt drijven. Het is een sluimerend gevoel van onrust dat je niet kunt blijven negeren. En nu is het dan zover. In de trein, natuurlijk. Het is 10 februari 2012.

Eerst zou het een horrorwinter zijn deze keer. Het werd meer een verlengde herfst. Sinds de laatste mooie septemberdagen van 2011 is het herfst geweest tot en met januari. En toen kwam de vorst. En met de vorst komen de liefhebbers. Zij komen in grote getale bijeen op bevroren weiden, plassen, vaarten, overal waar het water het toelaat dat zich er een vetrouwde ijslaag op vormde.

Enkele nachten strenge vorst en dan wordt het E-woord uitgesproken. Wijze mannen komen bijeen en bespreken de voors en tegens. Was dit vroeger nog een friese aangelegeheid, nu houdt het een heel land, en zelfs journalisten in het buitenland, bezig. 3 Dagen duurde de Elfstedekoorst en toen was ie, samen met de dikte van de korst, gezakt. Het ging niet door want het was onverantwoord. En ik weet zeker dat ze daarin gelijk hadden. Want was was er gisteren gebeurd?

Zelf hoorde ik het pas gisteravond, toen ik mijn jongste net naar bed had gebracht. Op de bank zat mijn oudste zoon, 8 jaar, met mijn vrouw. Hij droeg kleren die ik nog nooit had gezien en was druk aan het vertellen. Ik ging naast hem zitten en kreeg een knuffel. “nou zeg het maar” hoor ik mijn vrouw zeggen. Mijn zoon kijkt naar me met zijn zo kenmerkende, bezorgde-doe-ik–het-wel goed-blik in zijn mooie ogen.

“ik ben door het ijs gezakt”, vertelt hij.

Hij was met zijn vriendje en de moeder van zijn vriendje de honden aan het uitlaten. (Een van de dingen die hij zo geweldig vindt aan zijn vriend, is dat ze daar vier teckels hebben. Hij is gek op dieren.)

Tot waar? Vraag ik en hij wijst. Tot aan zijn borst. Hij vertelt hoe het gegaan is en ik schrik toch onwillekeurig. Hoewel er nu niets aan de hand is, ga je toch nadenken over wat er had kunnen gebeuren-zinloos, maar het gaat vanzelf. Alle drie hebben ze uiteindelijk in het water gelegen. Ze hadden een plek te pakken waar het ijs, ondanks 10 dagen vorst, onvoldoende sterk was. En dat is behoorlijk schrikken! Direct in de auto, deken eromheen en naar huis. Warme douche, chocomel en droge kleren. En nu vertelt-ie mij het verhaal en ik knuffel hem.

Dat de gebeurtenis indruk heeft gemaakt blijkt als -ie later in de avond, wakker geworden, weer beneden staat. “Ik had een “nachtmerrie” . Verder geen commentaar. De duistere blik is er weer. Hij moet het zelf nog verwerken. Hij slaapt even later weer lekker.

We hebben naar een film zitten kijken zoals we dat op een doordeweekse avond weleens doen. We hebben erover gesproken en uitgesproken dat we blij zijn dat het ventje weer thuis is. We zijn gaan slapen. Toen ik wakker werd en in deze trein ben gaan zitten ben ik gaan schrijven .Hebben we alles uitgesproken?

Die wijze mannen hadden in ieder geval gelijk. Geen Tocht der tochten deze keer. Levensgevaarlijk.